Een dilemma voor de wetenschap (Klara Tweet)

In de huidige discussie over de universiteiten is er een structureel dilemma onderbelicht is. Dat dilemma gaat als volgt. Veel jonge mensen zijn geboeid door de wetenschap en willen doctoreren. Bovendien geeft de overheid de universiteiten veel geld voor elke jonge wetenschapper die zijn doctorstitel haalt – en universiteiten zitten krap bij kas dus zijn heel gevoelig voor die prikkel. Gevolg: het aantal wetenschappers dat is gedoctoreerd is drastisch toegenomen. De overgrote meerderheid van hen wil in de wetenschap blijven, maar er is geen plaats voor hen allemaal. En in tegenstelling tot vele andere beroepsgroepen moet je in de wetenschap niet alleen maar heel goed zijn, maar veel beter dan de anderen die ook een baan willen. Wetenschappers werken daardoor vaak absurd lange werkweken, omdat ze alles willen doen om hun baan in de wetenschap veilig te stellen. En de jaren waarin ze die positie veilig moeten stellen, zijn ook de jaren waarin mensen kinderen krijgen. Dit maakt het nog eens extra moeilijk voor vrouwen, omdat in de praktijk blijkt dat zij toch nog steeds het leeuwendeel van de zorg voor kleine kinderen op zich nemen.

Continue reading

Advertisements

Wat we kunnen, moeten we dat ook willen? (Klara Tweet)

De Nederlandse Astronaut André Kuiper maakte vorig jaar een ruimtereis en neemt momenteel een sabbatical. Hij profileert zich nu als ambassadeur van wetenschap en technologie. Volgens hem kunnen we maar beter investeren in wetenschap en technologie. Want Nederland is een klein land zonder natuurlijke grondstoffen, en dan zou wetenschap een motor van welvaart moeten zijn. Kuiper zei in een interview dat ook de ruimtevaart nog volop ontwikkelingsmogelijkheden kent, zoals bijvoorbeeld het ruimtetoerisme. Over enkele jaren zouden u en ik op ruimtereis kunnen gaan, in plaats van een weekje naar Oostende of op safari in Kenia.

Als we dat willen tenminste.

En dat is precies de vraag die Kuiper zich helemaal niet stelde: moeten we dat wel willen, ruimtetoerisme? Zonder twijfel moet dat adembenemend en spectaculair zijn, zo’n ruimte reis. Stel je voor, dat je in het pikkedonker zweeft in een ruimtecapsule, en onder je die mooie, blauwe aarde kan zien.

Maar aan de andere kant is het toch ook heel beperkt wat zo’n ruimtereis oplevert: één mens maakt iets spectaculairs mee, en als die ene mens sterf dan is die spectaculaire ervaring meteen ook opgelost in as.  En sterven dat doen we allemaal op een dag. Bovendien kost een retourtje naar de ruimte 250.000 dollar. En met dat geld had die ene mens veel goeds kunnen doen op aarde. Bijvoorbeeld het opzetten van een gezondheidscentrum in Malawi. Of het investeren in de ontwikkeling van betere zonne-energiecellen. Of het steunen van een project dat kinderen in Brussel in aanraking brengt met klassieke muziek.

Misschien denkt u nu wel: Gruwel oh gruwel, wat een moralistisch discours. Als iemand naar de maan wil reizen, en dat wordt technisch en commercieel mogelijk, wat is dan het probleem?

Misschien is het probleem dat we moeten nadenken over de grenzen van wat we moeten willen. Moeten we dat wat we kunnen, ook altijd willen? En moeten we misschien het woord ‘decadent’ toch maar weer in ere herstellen?

[Gesproken Tweet uitgezonden in Pompidou, Radio Klara, 11 september 2013]

De gesproken Tweets voor Pompidou (Radio Klara)

Radio Klara heeft sinds deze maand een nieuw programma, Pompidou, wat uitgezonden wordt maandag tot donderdag van 17 tot 18 uur.  Elke dag zijn er gasten aanwezig waarmee uitgebreid gepraat wordt over cultuur, in de brede zin van dat woord. En ook elke dag is er iemand van buitenaf die een mening of observatie voorlegt aan deze gasten, doorgaans geformuleerd in de vorm van een vraag. Daar krijgt die persoon 140 seconden voor, vandaar dat presentator Chantal Pattyn het eerder deze week ‘de gesproken Tweet’ noemde.

Pompidou heeft een negental dergelijke columnisten onder de arm genomen, en ik heb de grote eer om ook gevraagd te zijn. Of dat ook een genoegen zal zijn is natuurlijk af te wachten: er is mij al gewaarschuwd dat je de eerste paar weken wel weet wat je wilt zeggen, maar dat dan de inspiratie lastiger te vinden wordt. We shall see.

Wat me wel al duidelijk is geworden, is dat een geschreven column, of een geschreven stukje, toch echt anders gemaakt moeten worden dan een gesproken column. Niet te veel bijzinnen; niet te veel ingewikkelde zinsbouw die voor een lezer gemakkelijk te volgen is maar voor de radio alleen maar lastig is. Dus, de disclamer voor mijn Klara-tweets: die zullen in spreektaal geschreven zijn. Maar dat gezegd hebbende, kan ik ze na uitzending wel online zetten op deze blog.