Terugblik op 2017

Twaalf jaar geleden geleden dacht ik dat het goed zou zijn als iemand een boek over de capability benadering zou schrijven, dat een algemene inleiding zou geven op dit theoretische kader, en tevens de weg zou wijzen in het oerwoud van artikels die de laatste 20 jaar hierover gepubliceerd zijn. Ik publiceerde delen van dat imaginaire boek als losse papers, maar het duurde nog een aantal jaar voor ik een voorstel naar een uitgever stuurde. Dat was bewust een uitgever die Open Access publiceerde – waardoor het boek voor iedereen gratis te downloaden zou zijn (zoals een vriend grapte, kan ik maar beter niet gaan uitrekenen hoeveel royalties ik daardoor misloop). Als ik nu, 4 maanden na publicatie, de landen bekijk waaruit ik reacties krijg, was dat een goede keuze: het boek vindt zijn weg naar alle uithoeken van de wereld. Ik hoop vooral ook dat het studenten, PhDs, docenten, beleidsmakers en praktijkmensen kan helpen die geen toegang hebben tot een docent die deze benadering goed kent en aan hen kan uitleggen.

Het bleek echter naast de reguliere taken van hoogleraar en moeder, fiks pittig om dit boek af te ronden. Niks huisje op de Wadden of in Zuid-Frankrijk om dit boek in alle rust af te maken. Mijn bewondering voor auteurs die naast (of binnen) een voltijdse baan en zorg voor kinderen of andere familieleden een boek weten te schijven, is dan ook eindeloos toegenomen. Schrijven vergt periodes van ononderbroken concentratie, en zowel een actief en betrokken gezinsleven, als het professionele leven op de universiteit anno 2017, maken het erg moeilijk om die periodes van ononderbroken concentratie te vinden. Het maakte 2017 dan ook tot het jaar waarin ik weinig andere dingen kon schrijven, en ook geen enkel blogpost hier. Maar het was het allemaal waard: ik ben ontzettend blij dat het boek er nu eindelijk, na al die jaren is, en ook heel blij met de reacties die ik tot dusver gekregen heb. Voor wie het nog niet gedownload heeft – hier is het, gratis en voor niks.

Waarom de media terecht de ombudsman aan de tand voelen (pace Maxim Februari)

Ik ben doorgaans een groot fan van Maxim Februari, die vragen stelt die nog niet gesteld zijn maar wel gesteld moeten worden, en die argumentatie of filosofie niet verwart met retoriek.  Bovendien schrijft hij af en toe columns die je gewoon zou moeten inlijsten: de schrijvende mens -die voelt, nadenkt, wikt, weegt, leeft en overleeft- op zijn best. Zijn column vorige week in NRC naar aanleiding van het overlijden van zijn partner is er een voorbeeld van: ga er even rustig voor zitten. En bewaar hem dan goed, want de kans is groot dat je hem later nog eens wilt lezen.
Maar deze week was ik het niet eens met de analyse in zijn column: zijn  reconstructie van de feiten in zijn analyse over de media-veroordeling van de Nationale Ombudsman, klopt niet.
Februari verwijt de media dat ze een politiek oordeel wilden vellen over de nationale ombudsman dat al op voorhand klaar lag, en niet luisterden, maar oordeelden.

Continue reading

Schone Slaapster, word wakker!

Meer dan 14 maanden stilte op deze Blog. Tijd om te begraven? Nou neen, tijd om te doen herleven. Het is niet alsof er in de tussentijd niets uit mijn ‘publieke pen’ gekomen is. De stilte wordt in grote mate verklaard door het feit dat eind 2014 Bij Nader Inzien ontstond – een blog van academisch filosofen, waarvan ik mede aan de wieg stond. En daar publiceerde ik stukjes over  de morele grenzen van de markt, Thomas Piketty’s boek over vermogensongelijkheid, ethisch vragen bij bedrijven die hun vrouwelijke werknemers aanbieden om de kosten van het invriezen van eicellen te vergoeden, de wetenschapsvisie 2025 en gender bias in de wetenschap, de onrechtvaardigheden in het Nederlandse ouderschapsverlof, en vluchtelingenkinderen die volledig ingeburgerd zijn (ja, gewoon Nederlanders zijn) maar toch uitgezet worden.

(En wie geïnteresseerd is in meer reflecties op de universiteit, kan hier mijn columns bij DUB vinden, de online kracht van de Universiteit Utrecht.)

Maar deze blog is geen filosofie blog; het is een blog van een persoon. Hier kunnen dus ook niet-academische-reflecties op komen (overigens bestaat er veel discussie over waaraan een blogpost precies moet voldoen om als ‘academische filosofie’ door te gaan, maar die discussie bewaar ik voor een andere keer).

Als blogger bij Bij Nader Inzien ben ik gebonden aan onze collectieve missie. Als (occasioneel…) blogger bij Crooked Timber ben ik gebonden aan een taal die niet mijn moedertaal is, al is de inhoud daar vrijer dan vrij. En aangezien af en toe de noodzaak opduikt om de vrijheid te benutten in eigen taal te schrijven, over niet-academische filosofie, is het ondanks een 14-maand durende winterslaap, nodig deze blog wakker te kussen.

Hoe verdelen we het schaarse NWO-geld?

Er zijn de laatste weken verschillende opinie-artikels gepubliceerd waarin wetenschappers kritieken geuit hebben over de werking van de universiteiten. Dat de wetenschap onder steeds toenemende druk staat is geen nieuws, maar het geeft wel te denken dat er zoveel onrust en ontevredenheid is onder de wetenschappers.

Eén van de kritieken richt zich op NWO, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek die verantwoordelijk is voor de allocatie van onderzoeksgelden die de overheid ter beschikking stelt. Kort samengevat: wetenschappers schrijven onderzoeksprojecten en dienen die bij NWO in, waarna op basis van de rapporten van (inter)nationale experts een Nederlandse beoordelingscommissie bepaalt wie er het schaarse onderzoeksgeld krijgt. Professor Willem Trommel gooide de knuppel in het hoenderhok, en werd daarin bijgestaan door het verhaal van Dr. Janssen-Jansen, die stelt dat er geen sprake is van inhoudelijke kwaliteit en integriteit bij de selectie door NWO.

Vandaag verdedigde NWO zich, daarin bijgevallen door o.a. Martijn van Kalmthout die het als het beste mogelijk systeem zien gegeven de schaarste aan middelen die er is.

Hier is een alternatief. Het probleem met het huidige systeem is dat er te weinig geld is om alle zeer goede voorstellen te honoreren. Dus zijn er mensen met excellente referee reports die toch geen onderzoeksgeld krijgen. Die wetenschappers schrijven maanden aan een voorstel dat als zeer goed beoordeeld wordt, en krijgen dan geen geld – wat ze nodig hebben om überhaupt promovendi te kunnen opleiden (want in veel departementen is er al lang geen geld meer uit de eerste geldstroom om promovendi aan te stellen), en bovendien speelt het binnenhalen van NWO gelden een steeds grotere rol in het bepalen van het personeelsbeleid op de universiteiten: succes bij NWO vergroot aanzienlijk je kansen op een vaste aanstelling, en op doorstroming naar de wetenschappelijke top.

In september 2013 vond er in de KNAW een wetenschappelijk symposium plaats over loting. Daar gaf ik een lezing over loting en rechtvaardigheid, en heb daar voorgesteld dat NWO loting zou introduceren om te bepalen wie het geld krijgt. Eerste worden de voorstellen gehonoreerd die met kop en schouders boven de andere voorstellen uitsteken (wat in mijn ervaring vaak over 1 of 2 voorstellen gaat); daarna wordt een groep van ‘zeer goede’ voorstellen bepaald waarvan we vinden dat we niet op objectieve gronden kunnen bepalen wie er nu beter is dan de andere. We nemen daarbij de schijn van objectiviteit weg, waarvan wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat die er toch niet is: integendeel, we laten ons in onze oordelen vaak leiden door (in deze context) oneigenlijke elementen, zoals het uiterlijk van de kandidaat, hoe sympathiek we hem/haar vinden, hoe ‘ver’ hij van ons afstaat, enzovoort.

Want wat nu gebeurt in de beoordelingscommissies is dat na de interviews en de discussie er een anonieme stemming plaats vindt. Wie in de discussie kon rekenen op unanieme goedkeuring komt daar zeker als gelukkige ontvanger van onderzoeksgeld uit naar voren, maar commissieleden moeten zich vaak achter de oren krabben om daarna onder de rest van de ‘zeer goede’ voorstellen een selectie te maken. Het lijkt mij zeer waarschijnlijk dat in die stemmingsronde er ook andere elementen dan wetenschappelijke kwaliteit een rol spelen, zoals hoe “leuk” iemand een onderwerp vindt. Een onderwerp waarop een maatschappelijk taboe rust, kan het ook wel vergeten, hoe goed de aanvraag en de rapporten verder ook zijn. Soms heeft de commissie ook helemaal geen expertise in huis om de kwaliteit van de aanvraag zelf te beoordelen, en stellen ze dus vragen die van een groot onbegrip (en soms vijandigheid) naar een bepaalde subdiscipline wijzen; dan loopt een interview niet optimaal omwille van de samenstelling van de commissie, eerder dan omwille van de kwaliteit van de kandidaat en zijn/haar voorstel.

Laat ons dus ophouden met deze schijnvertoningen, en naar alle betrokken partijen helder maken wat de situatie is: buiten de absolute topvoorstellen (indien die er zijn), is er een groep van excellente voorstellen die groter is dan het geld dat er te verdelen valt. Binnen deze groep hebben we geen objectieve criteria meer om te bepalen wie wel en geen geld krijgt, en daarom moeten we iedereen een gelijke kans geven, en ook naar buiten toe erkennen dat geluk ook bij NWO een rol speelt in wie onderzoeksfinanciering weet te verwerven.

Basisboek Ethiek is er !

Hier is het dan, het prachtig uitgegeven Basisboek Ethiek, waaraan 21 ethici uit Nederland en Vlaanderen anderhalf jaar gewerkt hebben!

Basisboek

Misschien niet geschikt als nachttafel-literatuur, en mogelijk een droge en pittige pil voor mensen die gewend zijn de goed verteerbare publieksfilosofie te lezen — maar dit boek is dan ook primair bedoeld om eerstejaars studenten Filosofie aan de universiteit een grondige inleiding in de ethiek te geven. Bestellen kan bij Uitgeverij Boom, of in elke boekenwinkel.

Doet ongelijkheid er eigenlijk wel toe?

Hieronder volgt een politiek-filosofische reflectie op het ongelijkheidsdebat dat in Nederland is losgebroken. Dit stuk werd eerder deze week aan NRC en Trouw aangeboden, en verscheen vandaag, in geredigeerde vorm en met een veel fellere titel, op sociale vraagstukken.

#####################################################################

Continue reading

Laat de privileges rond de familienaam los

In België heeft het wetsvoorstel over de familienaam veel stof doen opwaaien.  Dat hoeft niet te verbazen: een traditie die eeuwen stand heeft gehouden verander je doorgaans niet van vandaag op morgen. Maar tradities die onrechtvaardig of discriminerend zijn moeten veranderen, hoe lastig sommige mensen het ook vinden om oude gewoontes los te laten.

De huidige Belgische naamswetgeving is discriminerend. Deze wet stelt dat een kind geboren uit een heteroseksueel huwelijk, of waarvan de vader het kind voor de geboorte erkent, de naam van de vader moet krijgen. België is daarmee zowat het enige land in West-Europa dat op geen enkele manier mogelijk maakt dat zo’n kind de naam van de moeder of de naam van beide ouders krijgt, en is daarvoor ook al veroordeeld door het Europees hof.

Daarnaast is er nog een tweede argument waarom deze wet illegitiem is: de overheid treedt hier buiten haar bevoegdheid, door de vrijheden van burgers in te perken zonder daarvoor goede redenen te geven.

Hoe zeer mensen ook vasthouden aan de dingen zoals ze zijn, deze wet moet veranderen omdat ze discrimineert naar vrouwen toe. Een vrouw met mannelijke partner kan op geen enkele manier haar naam aan een kind geven. Dat creëert een wettelijk onderscheid tussen vader en moeder waar de wetgever geen legitimering voor kan geven. Continue reading